De engelse comedy series uit de jaren 70 behoren tot de grappigste en meest invloedrijke televisie ooit gemaakt. In dit decennium bereikte de Britse sitcom een hoogtepunt: schrijvers en acteurs experimenteerden met nieuwe vormen van humor, van absurdisme tot bittere sociale satire. Wie nu op zoek gaat naar klassiekers uit die tijd, komt een schatkamer aan series tegen die ook vandaag nog goed standhouden.
Wat maakte engelse comedy series uit de jaren 70 zo bijzonder?
Britse comedy had in de jaren 70 een heel eigen gezicht. Waar Amerikaanse sitcoms vaak draaide om positief afgeronde verhalen met een moraal, koos de BBC juist voor scherpe randen. Personages faalden regelmatig, hadden echte tekortkomingen en werden niet gespaard door de schrijvers. Dat gaf de humor iets herkenbaars en tegelijk subversiefs.
Een ander kenmerk was de korte speelduur per serie. Waar Amerikaanse shows twintig afleveringen per seizoen produceerden, volstonden de Britten vaak met zes tot zeven afleveringen. Dat hield de kwaliteit hoog: elke aflevering moest tellen. Schrijvers zoals John Cleese, Ray Galton en Alan Simpson weigerden door te gaan zolang ze geen goede ideeën meer hadden.
De meest bekende series uit dit tijdperk
Fawlty Towers (1975-1979) is vermoedelijk de bekendste Britse sitcom aller tijden. John Cleese speelt hotelhouder Basil Fawlty, een snobbistische, chaotische man die bij elke aflevering zichzelf in de nesten werkt. De serie telt slechts twaalf afleveringen, maar elk ervan is strak geschreven en perfect uitgevoerd. Prue Scales als zijn sarcastische vrouw Sybil en Andrew Sachs als de beproefde ober Manuel maken het ensemble compleet.
Monty Python’s Flying Circus liep van 1969 tot 1974 en had zijn hoogtijdagen dus net voor en in het begin van de jaren 70. De sketchshow van John Cleese, Michael Palin, Terry Gilliam, Eric Idle, Graham Chapman en Terry Jones brak met alle conventies van tv-humor. Niemand wist waar een sketch zou eindigen, en de overgangen tussen de sketches waren even absurd als de sketches zelf.
Dad’s Army (1968-1977) speelt zich af in de Tweede Wereldoorlog en volgt een plaatselijk Home Guard-bataljon vol oude en ongeschikte mannen. De serie combineert fysieke komedie met warme karakters en mild commentaar op Engelse klassen en gewoonten. Ondanks het lichte onderwerp kent de serie ook aandoenlijke momenten.
The Good Life (1975-1978) volgt een stel in een buitenwijk dat besluit volledig zelfvoorzienend te leven, tot ergernis van hun statusbewuste buren. De serie raakte een gevoelige snaar in een tijd van economische onzekerheid in Groot-Brittannië. Richard Briers en Felicity Kendal spelen de idealistische Tom en Barbara, Penelope Keith en Paul Eddington spelen hun sceptische maar aanhankelijke buren.
Porridge (1974-1977) speelt zich af in een gevangenis en volgt de slimme, doorgewinterde gevangene Norman Stanley Fletcher, gespeeld door Ronnie Barker. De serie behandelt een tamelijk donker onderwerp met veel warmte en humor. Fletcher manipuleert bewakers en medebewoners, maar heeft ook een duidelijk moreel kompas. Het is een van de meest geprezen Britse sitcoms ooit.
Open All Night en Some Mothers Do ‘Ave ‘Em zijn iets minder bekend buiten het Verenigd Koninkrijk, maar ook zeker de moeite waard. Some Mothers Do ‘Ave ‘Em (1973-1978) met Michael Crawford als de rampspoedige Frank Spencer is een meesterstuk van fysieke komedie. Crawford deed zijn eigen stunts, wat leidde tot memorabele scènes.
Sketch comedy naast de sitcom
Niet alle Britse comedy van de jaren 70 was sitcom. The Two Ronnies (1971-1987) was een sketchshow met Ronnie Barker en Ronnie Corbett die elke zaterdagavond miljoenen kijkers trok. De woordspelletjes, parodieën en miniseries binnen de show maakten het tot een instituut. Ook Benny Hill was in dit decennium op zijn productiefst. Zijn mix van slapstick, muziek en aanstootgevende humor was internationaal populair, al klinkt een deel ervan nu behoorlijk gedateerd.
Sociale thema’s achter de humor
Veel van deze series speelden bewust in op de maatschappij van die tijd. Till Death Us Do Part (1965-1975) zette met de personage Alf Garnett een racist en chauvinist centraal, niet om hem te bewonderen maar om hem belachelijk te maken. De serie was controversieel, maar ook een spiegel die de schrijver Johnny Speight bewust ophield aan de Britse samenleving.
Op eenzelfde manier gebruikte Rising Damp (1974-1978) het kleine wereldje van een vervallen pension om vooroordelen over ras en klasse bloot te leggen. Leonard Rossiter als de gierige, snobistische verhuurder Rigsby staat tegenover Philip (Don Warrington), een Afrikaanse student die hem steevast de baas is in scherpzinnigheid.
Hoe je deze series nu nog kunt bekijken
De meeste van deze klassiekers zijn tegenwoordig goed te vinden. Fawlty Towers, Porridge en The Good Life staan regelmatig op streamingdiensten zoals BritBox, dat zich specifiek richt op Brits televisiemateriaal. Veel series zijn ook op dvd beschikbaar of te vinden via YouTube-kanalen die klassieke BBC-content aanbieden.
Ben je nieuw in de wereld van Britse sitcoms uit de jaren 70? Begin dan met Fawlty Towers voor de perfecte scherpte, Porridge voor warmte en karakter, en Monty Python voor iets totaal anders. Elk van die drie legt een ander maar even sterk deel van de Britse comedy bloot.


